De transitie van fossiele naar hernieuwbare, koolstofarme vormen van energie kan en moet sneller en beter dan tot nu toe het geval is. Hiervoor is het nodig om de voortgang van grote energie-infrastructurele projecten die al zijn of nog worden opgestart breder en beter te meten. Niet alleen de doorlooptijd en de kosten, maar ook de effecten op mens, milieu en maatschappij moeten daarbij worden betrokken.
Dat concludeert de Nederlandse afdeling van de World Energy Council in een onderzoeksrapport op basis van interviews met stakeholders betrokken bij vier grote projecten in de omgeving van Rotterdam (Windfarm Hollandse Kust Zuid, waterstofcentrale Holland Hydrogen I, CO2-opslag Porthos en restwarmtewaternet WarmtelinQ.)

De traditionele maatstaven die tot nu toe voor het evalueren van grote projecten werden gehanteerd (binnen budget en volgens planning) voldoen niet meer. Ook draaien projecten niet meer alleen om de financiën en de technologie, maar juist ook om de korte- en langetermijneffecten op direct omwonenden, de natuur en de maatschappij als geheel. Sinds de oorlog in Oekraïne is ook het belang van beschikbaarheid van energie weer sterk toegenomen.

Om te bepalen welke factoren van invloed zijn op het succes van deze (en andere) grote, groene, infrastructurele projecten, is de belangrijkste aanbeveling uit het rapport om een evaluatieraamwerk te hanteren dat rekening houdt met de verschillende perspectieven en belangen van alle stakeholders. Deze zijn onder te verdelen in zes pijlers: Milieu, Maatschappij, Bestuur, Technologie, Financiën en Energiezekerheid.

Dr. Jan Willem Velthuijsen, hoofdeconoom van PwC en lid van de Nederlandse member committee van de Wereldenergieraad (World Energy Council): “Uit de diepte-interviews die wij voerden met vijftien direct betrokkenen bij vier grote projecten in Zuid-Holland, kwam naar voren dat de thema’s die in de zes genoemde pijlers vallen, telkens terugkerende onderwerpen zijn. En ofschoon ze door iedereen als belangrijk worden ervaren voor het realiseren van de doelen, maken ze merkwaardig genoeg vaak geen deel uit van de evaluatiecriteria voor die projecten. Uit de gesprekken bleek duidelijk dat een nieuw evaluatieraamwerk nodig is dat flexibel is en dat criteria kan incorporeren die in de nabije toekomst belangrijk worden. Het nauwgezet en gedetailleerd meten van de voortgang van grote industriële decarbonisatieprojecten is een vak apart, maar ook een vak dat nog moet worden ontwikkeld.”

Milieu

De uitstoot van CO2 (carbon footprint) van grote projecten wordt meestal wel gemeten, maar voor de uitstoot van stikstof, methaan en andere stoffen en voor circulariteit (hergebruik van materialen en grondstoffen) is vaak nog onvoldoende aandacht.

Maatschappij

Omdat draagvlak van omwonenden en consumenten belangrijk is, moet veel beter worden duidelijk gemaakt wat de voor- en nadelen voor mensen zijn. Hierbij kan worden gedacht aan banencreatie, maar ook aan voorrang bij toegang tot de geproduceerde groene energie of financiele voordelen. Draagvlak onder de bevolking kan veel juridische procedures en bezwaren tegen vergunningen voorkomen.

Bestuur/ Overheid

(Omgevings)vergunningen van de overheid zijn cruciaal. Daarom moet het evaluatieraamwerk zodanig kunnen worden aangepast dat het geschikt is om te beoordelen of wordt voldaan aan specifieke, lokale, regionale of (inter)nationale vereisten. Daarnaast is de overheid belangrijk bij het helpen ontwikkelen en populariseren van nieuwe technologieën waarvoor nog geen goed functionerende markt is.

Technologie

Innovatieve pioniers lopen het risico dat ze ‘te vroeg’ zijn. Maar wie wacht is mogelijk te laat. Om te zorgen dat investeringen worden gedaan en de kans te verkleinen dat ze niet worden terugverdiend moeten er internationale standaarden komen en grootschalige productie van onderdelen om kosten te drukken en de vooruitgang te versnellen.

Financiën

Er is een mismatch tussen ondernemers en geldschieters (banken, pensioenfondsen en PE-/VC investeerders) bij de vraag naar en het aanbod van kapitaal, tussen risico en rendement. Dit moet veranderen om de energietransitie te versnellen. Een mogelijkheid is door meerdere kleinere projecten samen te voegen.

Energiezekerheid

Nederland en andere Europese landen zullen afhankelijk blijven van geïmporteerde energie, maar die zal uit andere bronlanden komen dan voorheen. Naar verwachting zal er een geringere afhankelijkheid zijn van een kleiner aantal handelspartners.

Een pdf van het gehele rapport is te downloaden via deze link