Eind april vond in Rotterdam het 26e World Energy Congres plaats, met als thema: Redesigning Energy for people and planet. Jeroen van Hoof, voorzitter van het door het World Energy Council georganiseerde congres, vertelt hoe de energietransitie een balanceeract is tussen klimaatdoelen en de toegang tot energie, voedsel en werk.

 

‘Als je het hebt over beschikbaar, betaalbaar en schoon, dan hebben we lang alleen de focus gehad op duurzaam en schoner’

 

Van Hoof is Global Energy leader binnen PwC. Hij blikt tevreden terug op het congres, waar meer dan 80 ceo’s en 40 ministers als deelnemer aanwezig waren, samen met future energy leaders en 4000 deelnemers uit alle windstreken. De wijze en snelheid waarop de energietransitie vorm krijgt, verschilt per regio, stelt hij. ‘Wat belangrijk is voor Europa, is niet per se belangrijk voor iemand in Afrika. In China en India hebben ze een heel andere transitie en in Afrika nog weer een andere.’ Als voorbeeld gebruikt hij India. ‘Wij hebben een ontwikkelde economie met een brede toegang tot welvaart en energie. India heeft heel andere uitdagingen. Premier Modi van India heeft targets gezet voor 2070 de uitfasering van kolen gaat daar langer duren. Daar vinden wij in Europa veel van, maar als je dat sneller doet, zitten 800 miljoen Indiërs zonder energie, voeding en werk.’ De transitie vereist een balanceeract tussen klimaateffecten en andere aspecten, zoals toegang tot energie, voedsel en werk. Dat niet alleen geldt voor opkomende landen, maar ook voor Nederland en Europa, bleek twee jaar geleden, toen Rusland Oekraïne binnenviel, stelt Van Hoof. ‘We hebben ondervonden hoe gevoelig ons energiesysteem is. Als je het hebt over beschikbaar, betaalbaar en schoon, dan hebben we in Nederland en Europa heel lang de focus gehad op duurzaam en schoner. Dat beschikbaarheid en betaalbaarheid ook heel belangrijke elementen zijn, is helaas pijnlijk duidelijk geworden door onze afhankelijkheid van gas. Het vertaalde zich in de energierekening van huishoudens en bedrijven die enorm omhoog schoot. De chemie in Noordwest-Europa, staal en de automotive hebben het sindsdien erg zwaar. Dat werkt ook door op ons allemaal. Als we die industrie verliezen, heeft dat invloed op onze werkgelegenheid en welvaart. Dan wordt opeens duidelijk hoe cruciaal beschikbaarheid en betaalbaarheid van energie is voor de manier van leven die we gewend zijn mogelijk te maken. Daar moeten we ons bewust van zijn.’

 

Prijskaartje

 

Energie wordt de komende jaren niet goedkoper, verwacht Van Hoof. ‘De transitie brengt kosten met zich mee, zoals de versterking van de netwerken en aanvullende investeringen. Daar zit een prijskaartje aan.’ De overheid moet bedrijven helpen bij de verduurzaming, meent hij. ‘We hebben tijdens het congres een rapport over de toekomst van de industrie overhandigd aan minister Jetten van Klimaat. Die verwoordt deze zorg. Op de lange termijn kun je nieuwe businessmodellen ontwikkelen. De technieken om de bedrijfsprocessen te veranderen zijn er. Alleen zijn het aanleggen van de infrastuctuur en het voldoende beschikbaar hebben van waterstof medium tot langetermijnprocessen. Net zoals twintig jaar geleden met wind- en zonne-energie grote investeringen vereisten. Als je er eenmaal bent, is het schoon en goedkoper. Maar het grote risico is dat je in de komende 10 tot 15 jaar de industrie al verliest, omdat bedrijven de investeringen elders in de wereld doen. En als je ze eenmaal kwijtraakt, krijg je ze ook niet meer terug. Er moet dus een goede ondersteuning komen voor die tussenliggende periode. Je ziet nu al de productievolumes worden afgeschaald. Dat is zorgelijk. Het gaat niet alleen om de chemie, maar ook om de toeleverende bedrijven en de positie van de haven van Rotterdam. We hebben het over de basis van ons economisch model en succes. Dat geldt ook voor het Duitse achterland, we zijn eigenlijk een ecosysteem.’

Van Hoof wijst op de inspanning die er nog ligt. ‘De opgave voor de industrie is qua schaal vele malen groter en taaier. Die moeten we niet onderschatten. Zelfs als we alle energie uit wind op de Noordzee omzetten in waterstof, kan dat nog maar in 10, 15% van de totale behoefte voorzien.’